Haar vakantie is anders verlopen dan verwacht. Ze zit vermoeid achter haar bureau en de tranen staan hoog. Logisch…. Systemisch heeft ze veel voor haar kiezen gehad en haar lichaam en innervoice trekken aan de bel.

Als klein kind reiken we allemaal uit naar onze ouders. We reiken uit op zoek naar een knuffel, geruststelling of hulp voor onze problemen, lieve woorden, tranen die getroost willen worden, warmte, veiligheid – overdag en midden in de nacht. Een diep verlangen van gedragen en geliefd worden drijft ons. De beantwoorde uitreikingen doen ons dan ook goed, de onbeantwoorde uitreikingen, laten sporen achter. Vanuit de bedding van het ouderlijk thuis, vliegen we – al dan niet deels vleugellam – het nest uit.

Deze zomer viert ze – samen met haar familie – het 50 jarig huwelijk van haar ouders. Een zonnige dag waarop de liefde centraal staat en gevierd wordt. ‘s-Morgens voelt haar moeder zich helaas niet zo lekker, maar bij navraag laat ze resoluut weten dat de dag gewoon ‘moet’ doorgaan – het gaat immers prima. De check ‘Weet je t zeker mam?’ geeft hetzelfde antwoord.

In feestelijke kleding vertrekt iedereen naar het strand. Ze genieten met elkaar en kletsen bij. Na verloop van tijd staat haar moeder op en loopt wankel richting haar dochter – grauw en grijs wegtrekkend. ‘Gaat het wel mam?’ vraagt ze, tegen beter weten in. Haar intuïtie – die het vanmorgen al wilde afblazen – trekt aan de bel en terwijl ze haar moeder opvangt, haar vader om hulp vraagt, schakelt ze over naar functioneel leiderschap. 112 wordt gebeld, familie gesust en moeder krijgt alle nodige zorg en aandacht. Gelukkig komt ze vrij snel bij en staat ze weer op haar benen. Ze pruttelt en moppert. ‘Die hele tamtam is nergens voor nodig!’
Zij daarentegen, weet ook nu beter. Haar instinct staat op scherp – alle zintuigen staan open en de sirenes worden van veraf gehoord. Opgelucht kan ze de zorg aan het ambulancepersoneel overlaten, maar ook dan krijgt de adrenaline, in het naar ontspanning verlangende lijf, geen rust. Het gaat opnieuw heel slecht met haar moeder.…

En dan – na twee operaties en twee hartstilstanden – keert de rust. Tenminste – dat verwacht ze. Tranen stromen en ze zit dun in haar vel. Ze wil haar moeder niet tot last zijn met wat de ‘gebeurtenis’ op het strand met haar heeft gedaan. Ze wil flink zijn voor de (klein)kinderen en haar broer die het allemaal zo moeilijk hadden. Zij was degene die efficiënt kon handelen. Waarom komen dan nu ineens al die gevoelens?

Steun krijgen en schuilen in de storm is een diep verlangen van ieder mens. Maar deze storm – op het strand – ging gepaard met het opvangen van haar eigen moeder. Ze zette al haar angsten, verdriet en pijn opzij. ‘Mam – kom maar ik vang je op, ik kan het, ik ben er voor jou’. Even stond haar wereld letterlijk en systemisch op z’n kop.

Het is de omgekeerde uitreiking die hier zo diep raakt. In tijden van stress, verdriet en pijn is de logische ordening – systemisch gezien- de uitreiking van het kind naar vader of moeder*. Je moeder aankijken en zien dat het slecht met haar gaat, wakkert deze ordening aan en daagt hem uit. ‘Mam, help me… wat gebeurt hier, vang me op’ – echter nu is het nodig om moeder op te vangen – en dat doe je als kind vol overgave. Je zet jezelf op zij. Mantelzorg brengt om dezelfde reden een gevoel van rouw en afscheid nemen met zich mee, terwijl je vader of moeder nog leeft. Dit proces verloopt echter geleidelijk, waardoor je als kind meer tijd krijgt om te wennen aan de verandering. **

Op het strand stond de wereld even stil. Zij die haar het leven heeft gegeven – gaf ze nu zelf het leven, door haar in opperste nood te dragen – onbaatzuchtig.
De liefde stroomt en zij wil haar hoofd en hart rusten. Op de schouder van de grote – want zij is en blijft de kleine.

*Later vindt de uitreiking (ook) plaats naar opzij, naar je liefdespartner, je vrienden en broers/zussen.
DutchEnglish
Heb je een vraag?